Theo Wouters mag niet met stille trom vertrekken

Bron: BN/De Stem 29 april 2010

foto Robert van den Berge/het fotoburo

Theo Wouters: ‘Muziek kan je een oppepper geven, maar kan ook treurig maken.’

Aan de koffie in Het Witte Paard is Theo Wouters (63) helemaal thuis. Hij zou dat in Nieuwe Nobelaer ook zijn.

Maar in de uitspanning uit 1828 – indertijd de laatste halte voor mens en dier op weg naar Breda – is hij min of meer aan zijn Etten-Leurse muzikale loopbaan begonnen. En dat is ruim veertig jaar geleden. “Met Wim Gobbens, mijn vriend en collega van de Gerardus Majellaschool, ging ik carnaval vieren. Hij met bekkens, ik met een oude tuba. Je had hier The White Horse Jokers, die net met de Dsjokkies waren begonnen. ‘Spelen jullie maar mee’, werd tegen ons gezegd.”

Dat is ruim veertig jaar geleden. Het carnavalsorkest en aanhang, echtgenoten, partners, kinderen, kleinkinderen, bestaat intussen uit zestig tot zeventig mensen. De Dsjokkies (van Het Witte Paard) zijn veel meer dan een orkest. Ze hebben verre reizen achter de rug en komen ook altijd met Pinksteren bij elkaar.

Overigens is Theo Wouters thuis aan de Contrabas in de Grauwe Polder.

Mocht dat toeval zijn, dan een gelukkig. Want muziek en zijn naam worden bijna altijd in een adem genoemd en zo’n straatnaam past daarbij.

Het Overweldigend Enerverend Doch Altijd Daverend Showorkest (Hoedadso) neemt op 30 mei afscheid van hem in Nieuwe Nobelaer, thuishaven van het orkest en vijfkoppige vocalistengroep.

Het lukt Wouters, die het dirigeerstokje op 1 januari van dit jaar – na het nieuwjaarsconcert – heeft overgedragen aan Adri Kas, dus niet met stille trom te vertrekken. Hij heeft niet alleen leiding gegeven aan het orkest, maar is ook de geestelijk vader van Hoedadso.

“Met De Stijloren ben ik in 1974 eens in Bergen op Zoom geweest. Daar speelde Bill Bounders Big Band. Hartstikke leuk een big band. Dat wil ik ook, dacht ik toen.”

Hij richtte vervolgens TeeWee’s Big Band op.

De band met de voor de hand liggende afkorting speelde de muziek van Duke Ellington en Count Basie bijvoorbeeld.

Naast alle andere optredens groeide de uitvoering op nieuwjaarsdag in De Nobelaer uit tot een traditie, de gelegenheid voor ‘heel Etten-Leur’ om de beste wensen over te brengen.

“Om uiteenlopende redenen stapte in 1992 een aantal leden op. De een ging verhuizen, een ander studeren. Om de big band op peil te houden, hadden we aanvulling van hetzelfde muzikale niveau nodig.”

Dat lukte op dat moment niet. “Zo is het idee ontstaan met een verkleinde big band plus vocalistengroep verder te gaan. Dat is Hoedadso geworden, een vrij zeldzame combinatie.”

Daarmee konden ze het jazzrepertoire uitbreiden met musical- en popmuziek.

“We hebben bijvoorbeeld een Abba-, Motown- en Tom Jones-medley. Eens in de anderhalf jaar zetten we een theatershow op de planken. En met het nieuwjaarsconcert zijn we gewoon doorgegaan.”

Wouters is een jaar of zes geleden al gestopt met zijn werk voor theatergroep MaxMini, waar hij ook de muzikale leiding in handen had.

“Als je de leiding hebt, moet je er altijd zijn”, meent hij.

Dat is ook de reden waarom hij nu het dirigeerstokje bij Hoedadso heeft overgedragen.

“Het heeft met mijn pensionering te maken. Je hebt dan meer tijd, maar op een gegeven moment wil je die ook benutten. Toen ik vorige zomer voor de repetitie van Hoedadso weer eens van Zeeland naar Etten-Leur reed, en weer terug, heb ik besloten er een streep onder te zetten.”

Hij blijft overigens wel bestuurslid van harmonie Constantia, die hij ook een aantal jaar heeft gedirigeerd.

“De harmonie is zo’n cultuurgoed. Dat moet je wel instandhouden.”

Wouters heeft niet alleen zijn vrije tijd gestoken in Hoedadso, MaxMini, Dsjokkies en Constantia, ook zijn werk heeft altijd in het teken gestaan van de muziek.

Tot tweeënhalf jaar geleden was hij muziekdocent aan de pedagogische academie in Breda.

Die opleiding heeft hij zelf, begin jaren zestig gevolgd, waarna hij onderwijzer werd in Etten-Leur.

Later deed hij het conservatorium in Tilburg naast die baan. Hij is geboren en getogen in Breda, in ’t Ginneken.

– Hoe begint het muzikale bestaan van Theo Wouters? “Mijn ouders waren geen van beiden muzikaal. Toch hebben ze ons de muziek met de paplepel ingegeven. Ik ben de vierde uit een gezin van vijf. Mijn oudere broers kregen op een gegeven moment een accordeon. Mijn zusje en ik speelden daar altijd mee. Op mijn zesde, ik geloofde nog in Sinterklaas, lag er een accordeon voor Theootje op tafel. Met vieren vormden we een groepje, De Vrolijke Klanten. We kregen elke zaterdag les. De Oprechte Amateur zorgde dat we konden optreden. We speelden bijvoorbeeld voor de ziekenomroep in het Ignatius en in De Schuur bij ’t Valkenberg. Later, op de mulo, ben ik in een bandje gaan spelen. Toen heb ik gitaar leren spelen. Het bandje had geen naam. We speelden op schoolavonden. The Beatles en Rolling Stones waren er nog niet. We speelden muziek van Elvis en Chuck Berry bijvoorbeeld. Dat mocht ook van thuis. Op de kweekschool richtten we weer een band op. Die had wel een naam: The Tadepool Five. Tadepool betekent kwakkebol, kikkervisje. Wij kwekelingen werden door de kinderen op school wel kwakkebol genoemd. We moesten het nog leren. Vandaar die naam. Met die band waren we redelijk bekend. Toon Franken uit Rijsbergen was de zanger. We traden in de wijde omgeving op. Ik herinner me dat The Motions in Zundert werden weggehoond. Wij hadden er wel succes.”

– Ben je nooit van het muzikale pad afgeweken? “Ik turnde ook bij Sint-Christophorus aan de Viandenlaan. Durfal, de meisjesgymnastiekvereniging, richtte een jongensafdeling op. Daar ben ik trainer geworden. Toen ik hier in Etten-Leur als onderwijzer voor de klas stond, wilde ik verder. Ik zag dat oudere gymleraren bijna allemaal last van hun rug kregen. Ze hielden dat rekken en strekken niet vol. Toen heb ik toch maar besloten naar het conservatorium te gaan. Van de school kreeg ik ook de kans daarvoor.”

– Wat is het belang van muziek(onderwijs)? “Muziek maakt slim. Onderzoek heeft dat aangetoond. Cognitieve, motorieke, sociale intelligentie, het komt allemaal samen in muziek. Door muziek word je beter in taal en rekenen. Een leven zonder muziek bestaat niet. Voor niemand. Je hoort ook voortdurend muziek. Die kan je blij maken, een oppepper geven, maar je kunt er ook treurig van worden.”